Compensatie hypotheekrentecontract praktijkvoorbeeld
In maart 2024 publiceerde Kluwer in EB Tijdschrift voor scheidingsrecht een artikel dat ik samen schreef met Jasper Horsthuis. De titel: Compensatie hypotheekrentecontract, een praktische verkenning voor de scheidingspraktijk (EB 2024/20). Wij waren en zijn nog steeds van mening dat het economisch belang van het lopende rentecontract groot kan zijn bij de afwikkeling van een scheiding. Anno 2026 hebben diverse rechtbanken en ook een gerechtshof zich inmiddels over deze kwestie uitgelaten. Reden temeer voor een uitwerking aan de hand van een praktijkcasus. Om de genoemde impact nader te kwantificeren.
Rechtsgrond compensatie hypotheekrentecontract
Zoals in ons artikel benoemd, gingen wij niet in op eventuele juridische grondslagen waarop een mogelijke compensatie kan worden gebaseerd. Ook in deze uitwerking neem ik geen stelling. Wel kan ik benoemen, wat uit de stand van jurisprudentie blijkt (maart 2026). De rechtbank Rotterdam (uitspraak: ECLI:NL:RBROT:2024:4133) overwoog ondermeer dat er sprake dient te zijn van een realistisch, aantoonbaar nadeel bij de persoon die naast het gunstige rentecontract grijpt. In een uitspraak van het hof Den Haag van 23 juli 2025 (ECLI:NL:GHDHA:2025:1853) vond het hof dat er wel sprake was van een situatie van ongerechtvaardige verrijking. De persoon in kwestie verarmde omdat hij ‘zijn’ 50% van de gunstige rentecondities verloor.
Cijfervoorbeeld rentecompensatie
Gerard en Marjan sluiten op 30 november 2021 een hypotheeklening af voor € 600.000,00. Het rentecontract houdt in dat er geleend wordt tegen een rentepercentage van 1,48% gedurende een periode van 15 jaar. Het huwelijk tussen Gerard en Marjan eindigt in 2025. Op 30 oktober 2025 is er nog een restschuld van € 537.329,00. Er is sprake van een annuïteitenlening voor het volledige bedrag.
Stel nu dat zowel Gerard als Marjan in de gelegenheid zijn om deze restschuld zelfstandig te lenen om daarmee een eigen woning te kopen. En stel dat het contract van de lopende hypotheeklening slechts door een van de twee kan worden voortgezet. Dan zal degene die naast het contract grijpt een realistisch aantoonbaar nadeel leiden in vergelijking met degene die het contract wel kan voortzetten. Op welk bedrag kan dit nadeel dan begroot worden?
Tot de datum waarop het lopende rentecontract eindigt, 30 november 2036, is er sprake van een verschil in betaalde rente. In vergelijking met een rente van 4,20 % is het verschil in rente over deze periode gelijk aan afgerond € 132.818,00. Op de datum 30 november 2026 kan dit in een totaalbedrag uitgedrukt worden (= contante waarde) van afgerond € 110.155,00.
Omdat het voordeel van de een gelijk is aan het nadeel van de ander zou in beginsel een bedrag van afgerond € 55.078,00 volstaan ter compensatie van het nadeel. Of er feiten zijn die maken dat er op dit bedrag afgedongen moet worden, kunt u lezen in ons eerdere artikel. Dit kunt u met deze link downloaden.
Ondersteuning rechtspraktijk
U of uw advocaat kan bij onze praktijk een berekening opvragen ter ondersteuning van uw kwestie. Als richtprijs voor onze werkzaamheden dient u uit te gaan van een vanaf prijs van € 500,00 exclusief BTW.

Deel dit artikel met anderen