Contractueel geen alimentatie verplicht

Scheidende stellen hebben de contractvrijheid om af te spreken geen alimentatie te eisen van elkaar. Huwende stellen mogen dit niet in huwelijkse voorwaarden – vooraf dus – afspreken. De adviserend advocaat-generaal van de Hoge Raad echter denkt hier genuanceerder over. Wat is die nuance?

 

In het burgerlijk wetboek (artikel 400 lid 2 van boek 1) is bepaald dat overeenkomsten waarbij van het volgens de wet verschuldigde levensonderhoud wordt afgezien nietig zijn. Dat wil zeggen die worden geacht niet tot stand te zijn gekomen. Dat werd tot nu tot zo uitgelegd, dat je in huwelijkse voorwaarden – op straffe van nietigheid – niet kon bepalen dat je bij een echtscheiding geen partneralimentatie verschuldigd bent.

Het merkwaardige is echter wel dat in menig echtscheidingsconvenant de afspraak staat dat partijen geen partneralimentatie van elkaar vorderen. Waarom mag je dit achteraf wel bepalen en niet vooraf?

 

Grove miskenning wettelijke maatstaven

Wanneer je bij een echtscheiding afspreekt geen alimentatie van elkaar te vorderen, terwijl het overduidelijk is dat een van de twee niet in staat is wat welvaart betreft zo voort te kunnen leven als tijdens het huwelijk, dan is er een duidelijke reden om wel alimentatie te vorderen. De wettelijke maatstaven bepalen dat je die verschillen zo dient uit te leggen. Als de meestverdienende ook nog eens de financiële draagkracht blijkt te hebben om alimentatie te kunnen betalen, dan is een afspraak om geen alimentatie te betalen niet in lijn met de wettelijke maatstaven. Het recht spreekt dan van een grove miskenning.

Conclusie: Je mag bij een echtscheiding afspreken geen alimentatie te vorderen van elkaar, maar als die afspraak niet in lijn is met wat er volgens die wettelijke maatstaven uitgerekend kan worden, dan is die afspraak niet echt ‘hard’. Je kunt gebruikmaken van de wet (artikel 401 lid 5 van boek 1) en die afspraak laten wijzigen of laten intrekken.

 

Advies aan de Hoge Raad

De adviserende advocaat-generaal (AG) is van mening dat de wettelijke bepaling over de nietigheid van overeenkomsten waarbij van het verschuldigde levensonderhoud wordt afgezien, niet van toepassing is op overeenkomsten over partneralimentatie. Volgens de AG heeft de wetgever de contractvrijheid van echtgenoten ten aanzien van partneralimentatie voorop willen stellen.

Het is nu ook al mogelijk om af te wijken van het wettelijke huwelijksvermogensrecht of de afspraken over het verdelen van pensioenaanspraken bij echtscheiding uit te sluiten. Dus waarom zou dit dan niet mogen gelden voor een afspraak over partneralimentatie, waarbij bepaald is dat de echtgenoten bij een echtscheiding hieromtrent niets verplicht zijn aan elkaar?

De nuance volgens de AG is overigens wel dat een nihilbeding in een voorhuwelijkse alimentatieovereenkomst niet onaantastbaar is. Onder omstandigheden kunnen partijen de rechter op grond van de wet verzoeken het nihilbeding te wijzigen of terzijde te stellen.

Het lijkt erop dat we dan weer terug zijn bij de grove miskenning van de wettelijke maatstaven.

 

Op 25 november 2022 wordt de uitspraak van de Hoge Raad verwacht.

 

Huwelijkse voorwaarden en alimentatie

Wilt u weten wat er bij uw situatie past, laat ons u dan goed adviseren.

Deel dit artikel met anderen

Deel dit artikel op Twitter    Deel dit artikel op Twitter    Deel dit artikel op Twitter